Onze groep telt 25 kinderen.
We hebben 10 meisjes en 15 jongens in de klas.
We kunnen buiten en binnen best wel goed spelen.
We spelen met heel veel bouwspeelgoed. In de gang staat een houten doos met losse stukken om huizen te bouwen, dat is superleuk!
We kunnen ook erg goed kletsen met elkaar. We hebben veel te vertellen.
Elke dag rekenen we. We hebben een geel rekenboek en een groen werkboek.
We lezen elke dag in boekjes en we lezen op de computer en we schrijven elke dag in een schrijfschrift.
Onze fruitschaal zit bomvol lekker eten en drinken. Om 10 uur hebben we ‘kleine pauze’.
Op maandag en dinsdag werkt juffrouw Ans en op woensdag, donderdag en vrijdag staat juffrouw Astrid voor de klas.
We gymmen 2 x in de week; op dinsdag en vrijdag. Op de vrijdagen spelen we verschillende soorten spelletjes en op dinsdag gebruiken we grote materialen in de gymzaal.
Voor nu een klein zelfverzonnen verhaal:
“Er was een ziek kind. En een kabouter kwam er aan. Toen maakte de kabouter het kind weer beter. De kabouter sprak een toverspreuk uit: Hokus Pokus Pilatus Pas, ik wou dat jij weer beter was! Het meisje ging naar haar papa en mama. En ze zei: Ik ben weer beter geworden! We zijn heel erg blij dochterlief zeiden de papa en mama. Ze gingen met z’n allen naar het zwembad. En ze gingen daar een feestje bouwen. Dan zet je alle glijbanen in het water en glij je lekker in het zwembad. Ze gingen op hun rug glijden en lekker zonnebaden buiten. Ze gingen allemaal terug naar de kabouter en toen zeiden ze ‘bedankt dat je ons lieve dochtertje beter hebt gemaakt’. Ze hadden ook nog een kado meegenomen. Een nieuwe toverstaf. Die nieuwe toverstaf kon namelijk een heel groot pretpark tevoorschijn toveren. Een pretpark met een Pyton en keigrote pot chocopasta, waar je zo in kan vallen als je zomaar buiten plast. De familie ging in alle attracties en ze eindigden in het reuzenrat!
Dat is het einde van ons zelfverzonnen verhaal!
Groetjes van groep 3
kleiwerkje Ciza
kleiwerkje Sinan
WAT WILLEN WE LATER WORDEN…..
We spraken over beroepen en ook over wat je kan leren op deze school om je doel te bereiken. De kinderen vulden elkaar hierbij aan. Het was een leuk gesprek, waarbij we samen dachten over wat er allemaal te leren valt op deze school.
Rosa:
Dierenarts.
Het is dan belangrijk om aardig te zijn voor dieren. Je moet hiervoor goed dieren en dingen vast kunnen pakken. De dieren moeten zich niet bedreigd voelen. Als je aardig bent voor de kinderen in de klas dan kun je dit al oefenen.
Stevan:
Worstelaar.
Het is belangrijk om goed te kunnen lezen, dan kan je worstelboeken lezen en als je veel schrijft dan wordt je hand ook sterk. Als je goed leert rekenen dan kun je uitrekenen hoeveel kinderen je verslagen hebt en hoeveel wedstrijden je wint en verliest.
Gideon:
Kok.
Hij vindt het belangrijk dat je dan goed leert schrijven, je moet namelijk ingredienten opschrijven. Ook moet je goed leren lezen om recepten te lezen en te onthouden.
Anniek:
Ninja en politie.
Als Ninja is het belangrijk dat je veel klimt in de gymzaal. En om een goede politieagente te worden is het nu al mogelijk om goed op te letten in de klas, goed naar de kinderen te kijken, als kinderen iets fouts doen dan ziet ze dit snel.
Puck:
Zwemlerares.
Ze houdt namelijk heel erg van zwemmen. Het is belangrijk om veel te sporten.
Cyza:
Balletlerares:
Als je veel oplet op school, dan bots je later niet tegen iemand aan als je danst.
Klim:
Skateborder:
Het is belangrijk om goed te lezen, want als je bijvoorbeeld buiten een bord ziet staan met “Skatebordpark” erop dan weet je dat je daar kan skateborden.
Elia:
Zwemlerares:
Ze vindt het leuk om te zwemmen en op school kan je mooi al je zwemdiploma’s laten zien!
Julius: Politie.
Het is goed om te leren lezen, want je moet van te voren weten welke boeven er rond lopen en hoe die er uit zien en dan vang je ook meer boeven.
Guido: Politieagent.
Je moet goed kunnen gymmen, dan leer je hard te rennen, maar je moet ook veel vrienden maken, want je spreekt heel veel mensen buiten op straat.
Pleun: Paardrijdster.
Je moet dan goed zitten op een paard, in de klas kun je leren om recht op je stoel te blijven zitten.
Chahid: Voetballer.
Dan moet je goed leren luisteren naar de juf, want je moet ook goed naar je coach luisteren. Je moet ook goed leren opletten, naar wat de juf zegt.
Sinan: Archeoloog.
Dan moet je goed kunnen lezen, want een hoed heb ik al. Als je veel leest dan lees je in dikke boeken waar je naar schatten moet zoeken en waar die schatten zijn. Ik wil ook graag dat de juffen en meesters me goed leren kijken en ook andere talen leren, het liefst hierogliefen.
Finn: Gymleraar
Dan moet je goed kunnen gymmen, dat vind ik ook eigenlijk het leukste om te doen, lekker veel klimmen.
Jelle: Politieagent
Dan moet je het leuk vinden om mensen te helpen. Dat leer je ook op school. Dat kan ik heel goed.
Chevy: Rijinstructeur.
Dan moet je leren wat links en rechts is en dat moet je ook nog onthouden. Op school let ik goed op tijdens de verkeerslessen.
Maceo: Vechter.
Dan moet ik slim worden en goed nadenken. Vechtlessen haal je ook uit boeken, dus moet je goed kunnen lezen.
Bette: Paardrijdster.
Je moet een goede houding hebben, je kan gymmen met een neppaard. En in de klas stil blijven zitten, dus niet wild doen in de klas.
Ike: Uitvinder.
Dan moet je opletten tijdens technische lessen, maar ook tijdens de knutsellessen. Als je goed kan knutselen dan kan je later ook machines maken om dingen uit te vinden.
Jan: Archeoloog.
Je leert op school voorzichtig met verf en lijm te zijn en ook voorzichtig te bouwen met blokken. Ook is het belangrijk om te leren lezen, want Indiana Jones had ook allemaal boeken in zijn huis.
Floyd: Onderzoeker.
Hij zoekt graag naar sporen van dieren en vindt allerlei botten. In de klas hebben we een vergrootglas, daar leer je goed mee speuren.
Thiara: Straaljagerpiloot.
Je moet dan goed leren kijken en lezen, want als je naar de vliegschool gaat dan moet je vast boeken lezen over vliegtuigen.
Marco: Astronaut.
Dan ga ik later naar de astronautenschool. Je moet dan veel boeken lezen en leren, want je moet later goed weten dat als er iets gebeurd, bv. als de raket gaat instorten, dan weet je wat je moet doen.
Levi: Archeoloog.
Als je op school goed leert rekenen, dan kan je boekhouder worden, net als mijn oom.
Noa: Zwemlerares.
Dan moet je goed leren kijken op school, door goed op te letten. Ik vind het leuk om te zwemmen.
Bezoek aan het Designhuis
Maandag 1 februari bracht groep 3 een bezoek aan het het Designhuis.
Wij kregen een “VIP” rondleiding van Leonne (de moeder van Levi).
De kinderen waren heel enthousiast over de kunstzinnig vormgegeven gebruiksvoorwerpen. Ze moesten lachen om de schoen die van pleisters gemaakt was. Een van de kinderen zag in een rode laars de vorm van een eend. Aan het been viel de schacht in plooien. De tafel waarvan de poten gemaakt waren van op elkaar gestapelde boeken, vonden de kids heel grappig. Er waren vazen in allerlei vormen en van diverse materialen te bewonderen. Ook de sieraden hadden de interesse van de jongens en meisjes. In een van de ruimtes waren bijzonder vormgegeven stoelen te bewonderen. De kinderen mochten na de bezichtiging hun eigen stoel ontwerpen en er een naam aan geven. Ze zaten aan een lange tafel als echte ontwerpers te ploeteren bij het genot van een glaasje limonade. De resultaten mochten er wezen. We maken er in de klas nog een kleine tentoonstelling van: “De jonge ontwerpers van de Hasselbraam”.
Als dank hebben we bij terugkomst op school een lied gezongen voor de moeders die meegeweest geweest zijn. Leonne, bedankt voor dit leuke initiatief!